Een klein rondje voor bloemen

Mijn tante werd gecremeerd, maar eerst was er de uitvaart. Er werden vriendelijke dingen over haar gezegd. Dat hoort een beetje bij een uitvaart. Maar ze was ook werkelijk een vriendelijke tante. Soms stuurde ze een kaart.
Op de uitvaart vertelden de dochters en kleindochters van mijn tante dat iedereen in de aula waarschijnlijk weleens een kaart van haar had gehad. Het was haar manier om te laten weten dat ze aan je dacht.
Als ik aan iemand denk neem ik mij voor om een appje te sturen. Meestal komt het er niet van. Ik denk vooral op de fiets aan mensen en op de fiets mag je niet appen.
Op de kaarten die mijn tante stuurde zette ze meestal alleen haar naam en soms zelfs dat niet. Dan moest je aan het handschrift op de envelop zien van wie de kaart afkomstig was.
Eén keer had ze de hele kaart volgeschreven. Ze schreef over de tuinen in Amersfoort Vathorst. Iedereen heeft daar een enorm tuinbankstel en alles is betegeld, met uitzondering van een klein rondje waar bloemen mogen staan.
Mijn nieuwe roman begint met een uitvaart en die uitvaart lijkt veel op de uitvaart van mijn tante, alsof ik het allemaal voorzien had. Dat is natuurlijk niet zo. Alle uitvaarten lijken op elkaar. Hetzelfde toneelstuk met telkens andere acteurs; zo omschrijft de hoofdpersoon het in mijn roman.
Ik denk dat de hoofdpersoon gelijk heeft, maar ze doet er een beetje badinerend over. Dat is niet terecht. Het is heel waardevol om in een uitvaarttoneelstuk te spelen. Toneelstukken die na eeuwen nog altijd worden opgevoerd zijn vaak de beste toneelstukken.
Er is wel een verschil tussen uitvaarten van jonge mensen en uitvaarten van oude mensen. Bij oude mensen overheerst de berusting. Het is een voordeel dat de meeste mensen oud en zwak worden, dat ze steeds minder goed functioneren, tot het punt waarop ze er genoeg van hebben. Sterven is dan geen tragedie maar een uitkomst.
Op late leeftijd ontdekte mijn tante Facebook. Ze schreef vaak een reactie onder mijn verhalen. Haar naam kwam daar automatisch bij te staan. Dat had niet gehoeven. Je herkende haar reacties aan de lukraak geplaatste hoofdletters en punten.
Op de kaart die ze mij stuurde staat dat de straten in Amersfoort Vathorst genoemd zijn naar meren. Je fietst in minder dan geen tijd van het Veluwemeer via het Uddelermeer naar het Alkmaardermeer. Je hebt er niets aan dat je het weet, schrijft mijn tante, maar hier is geen nieuws.
Na de uitvaart kreeg iedereen een zakje klaprooszaad, omdat mijn tante zo van bloemen hield. Dat wist ik niet, ze schreef er niet over, voor mij was dat wel degelijk nieuws.
Ik zal een klein rondje zoeken om de klaprozen te zaaien. Dat wil zeggen: ik zal op de fiets aan mijn tante denken en mij voornemen om de klaprozen te zaaien. Dat is mijn rol in het stuk.
Deze stukjes in je inboxje ontvangen? Dat kan wel.