Coronaverjaardag

Coronaverjaardag

De deurmat was bedolven onder de verjaardagspost. Ik snapte meteen dat iemand al mijn vrienden had aangespoord om mij een kaartje te sturen. Het was op vele manieren vernederend: de kennelijke veronderstelling dat ik moest worden opgevrolijkt; het idee dat een dergelijke actie mij inderdaad op zou vrolijken; en het feit dat massaal aan de oproep gehoor was gegeven.

Gelukkig bleken de kaartjes allemaal van mijn moeder. In normale jaren komt ze op visite. Ze had kinderpostzegels gebruikt. Die zijn duurder dan gewone postzegels. Ik troostte me met de gedachte dat ze tijdens het schrijven een boel plezier gehad zal hebben.

Het waren tien kaartjes: vijf met vogels, vier met bloemen en een met een antropomorf konijn dat ik herkende als Nijntje Pluis. Nijntje Pluis was verdrietig; onder beide ogen hing een traan.

Het zou ook kunnen dat de tranen getatoeëerd waren. Dat zou betekenen dat Nijntje twee andere konijnen heeft omgelegd. Je denkt misschien: zoiets doet Nijntje Pluis niet, het is een lieve vrouw. Maar hoor je die dingen niet altijd wanneer ergens een aanslag is gepleegd, of wanneer iemand haar gezin heeft uitgemoord?

‘Ze deed altijd de klusjes bij de buurvrouw.’
‘Ze was vrijwilliger bij de duivensportvereniging.’
‘In strenge winters maakte ze de stoep sneeuwvrij.’

Dat wij ons keer op keer vergissen heeft niets te maken met ons gebrek aan mensenkennis. Niet op individueel niveau. Het zegt iets over onze gebrekkige kennis van de mens als soort. Onder bepaalde omstandigheden is bijna iedereen tot bijna alles in staat. Ook Nijntje Pluis. Dat is de harde waarheid.

Maar laten we niet te vroeg oordelen. We weten eenvoudigweg niet waarom Nijntje Pluis die moorden heeft gepleegd. Misschien was het een ongeluk. Misschien was het zelfverdediging. Misschien begon het met een parkeerboete die ze niet kon betalen, ontmoette ze de verkeerde mensen, ging het van kwaad tot erger.

Achter op het kaartje stond:

Lieve Klaas,
Van harte gefeliciteerd
Met Nijntje pleng ik ook een traan, omdat ik niet naar je toe kan.
Liefs,
Mamma

Een paar dagen later kwam nog een kaart, die aanvankelijk verkeerd was bezorgd. Daarop stond een witte herfstanemoon. De herstelsticker was over de tekst geplakt. Voorzichtig peuterde ik hem eraf. ‘Hieperdepiep hoera’, stond er. Even voelde ik me precies zoals op mijn verjaardag.