Motten

Motten

Sinds enige weken heb ik het lied Twee motten van Tom Manders alias Dorus in mijn hoofd. Tom Manders was de eerste artiest van wie ik fan was. In het door Henny Huisman gepresenteerde televisieprogramma De Mini-playbackshow mini-playbackte een jongen Twee motten. Ik stond versteld. Bij de elektronicawinkel in het dorp kocht ik een bandje met Dorus’ grootste hits. Die winkel was gevestigd in een twee-onder-een-kapwoning. In het andere deel woonde en werkte een kappersechtpaar dat twee-derde van het Börker Trio vormde, bekend van de hit De pieteröliekar. Het was een muzikaal dorp.

Dat het nummer Twee motten in mijn hoofd zit komt doordat ik op een ochtend mijn keukenkastje opende en daar een veelvoud van twee motten aantrof. Via internet kwam ik erachter dat het Indische meelmotten betrof. Ze waren inderdaad voornamelijk in mijn meel geïnteresseerd. Mij werd aangeraden alles wat zich in het voorraadkast bevond weg te gooien en de boel te reinigen met azijn. Dat deed ik. Sindsdien ruikt de keuken zuur en heb ik dus dat lied in mijn hoofd. Het één is vervelender dan het ander.

Als ik aan de motten uit het lied denk zie ik geen motten voor me maar cavia’s. Dat komt waarschijnlijk doordat ik als kind niet wist wat motten waren. Marmotten kende ik wel. Tom Manders hield van knaagdieren. Hij had ook een lied over muizen.

In het eerste couplet van Twee motten ontdekt Dorus dat het een liefdeskoppel betreft. Hij noemt het vrouwtje Charlotte en het mannetje Bas. Het is uitzonderlijk dat iemand zonder achtergrond in de biologie een mannetjesmot van een vrouwtjesmot kan onderscheiden.

Verderop in het nummer blijken Bas en Charlotte tien mottenkinderen te hebben. Dat is weinig. Een vrouwtjesmot legt vijftig tot honderd eitjes. Daar komen rupsen uit. Die rupsen verstoppen zich in zelfgesponnen huisjes. Na ongeveer een half jaar maken ze een cocon. Een paar weken later komen ze als mot tevoorschijn. Hoewel Dorus zingt dat de motten zijn hele jas kapot vreten (‘omdat een mot toch leven mot’), zijn het in werkelijkheid de rupsen die dat doen. Motten eten niet. Ze leven korter dan een maand. Geen mot wordt oud genoeg om zijn eigen kinderen tot motten te zien uitgroeien. Dit maakt het verhaal van Dorus zeer ongeloofwaardig.

Ik heb het lied zojuist geluisterd. Even meende ik het probleem te hebben opgelost. Misschien, dacht ik, doelt Tom Manders met ‘mottenkinderen’ op rupsen. Aan het eind noemt hij die kinderen echter ‘dotten van motten’, waarmee hij mijn theorie onderuit haalt. Tom Manders heeft geen idee waarover hij zingt. Dat kun je hem niet kwalijk nemen. Ik had deze kennis ook niet paraat, ik heb het van a tot z gegoogeld. Het lied stamt uit 1957. Toen had je nog geen internet. Naar omstandigheden is het een alleraardigst lied.